GSCF – The Aftermath

Door Andries Tunru

Zaterdagmiddag, 15:00. Met alle wils- en spierkracht die ik bezit poog ik mijn ogen open te wrikken. Links lukt. Goed genoeg. Ik staar recht in het gezicht van een rondborstige blondine.

“Goedemorgen!”, zegt Doutzen. Haar hand glijdt soepel naar de elastiekband van mijn boxer. Optyfen. Eerst koffie. Ik draai me om om via de andere kant uit bed te klimmen, maar mijn elleboog raakt Yfke vól in haar oog. Oh ja. Die was er ook. Ze grijpt vloekend naar haar gezicht. Ik hoop stiekem dat het blauw wordt. Dan kan ik haar en haar tweelingzus tenminste uit elkaar houden. Whatever. Eerst kakken.

Het goud is koud aan mijn billen. Kleurt wel leuk bij mijn gesponsorde telefoon. Zeventien gemiste oproepen. Driemaal John de Mol. Zevenmaal Joop van den Ende. Vier buitenlandse nummers die ik niet herken, Dubai, Qatar. Godverdomme, hoe komen ze aan mijn nummer? Die klootzakken van de backoffice vliegen d’r allemaal vandaag nog uit. Ik grijp naar rechts. Nóg een tegenslag: de briefjes van honderd zijn op. Tyfus. Die van vijftig zijn gewoon nét te klein, maar het moet maar. Niet vegen is geen optie. Straks ruiken ze het vanavond, in de Ziggo Dome. Niet dat het de fans boeit: ze hebben 70 euro de man betaald, dus lachen zullen ze. En anders nog. De shows zijn alle tien al lang en breed uitverkocht.

Ik kijk naar voren, naar de foto tegenover de WC. 750 Groningse smoelen staan me ongemakkelijk aan te kijken. Ja, dáár begon het hele gezeik mee. Met die foto. De publieksprijs van het Groninger Studenten Cabaret Festival.

Zaterdagochtend. 6:00. Ik schrik wakker van mijn dagelijkse hartaanval. Het volumeknopje van mijn wekker is afgebroken, dus mijn wekgeluid is plusminus een Israëlisch luchtalarm. Wat wil je, van een wekker van de kringloop. Geld voor een nieuwe heb ik niet: zelfs HEMA is haute culture voor een cabaretier in spé. Links van me ligt mijn vriendin met halfopen mond ons Aldi-kussen onder te kwijlen. Ze draait, en haar elleboog raakt me vól in mijn oog. Alweer. Een tweepersoonsbed was fijn geweest, maarja: je moet zuinig met je vierkante meters omgaan als je d’r maar twaalf hebt.

De Euroshopper-oploskoffie smaakt me matig, de brokjes lossen niet goed op in het koude water. Ook mijn waterkoker is stuk, dus ik moet het doen met niet-bepaald-heet kraanwater. Ik kloek het toch maar achterover, ik heb haast. Een ontbijtoptreden bij de algemene ledenvergadering van modeltreinclub De Onbewaakte Overgang. Geen gage, wel “erg goed voor de exposure”. En ik mocht mee-ontbijten. Ik zucht, en trek mijn winterjas aan. Elk optreden is er één.

Het is, kortom, precies hetzelfde beeld als een half jaar geleden. Hetzelfde inkijkje in de wereld van een “aanstormend talent binnen het Nederlandse cabaret”. Een beeld van troosteloos geploeter in de marge.

Maar toch.

Als je goed kijkt ziet de kleine verschillen.
Dan zie je op het whiteboard de twaalf data van de finalistentour.
Dan zie je op de koelkast de groepsfoto van de lieve mensen van het bestuur.

Dan zie je op het bureautje boekjes vol nieuwe ideeën, grappen, gedachten.
Dan zie je om mijn mond een vage glimlach, omdat ik weer even terugdenk aan de finaledag.
Dan zie je een agenda met de eerste afspraken met fijne mensen met toffe plannen.
Dan zie je een net iets voller hoofd, waar regisseuse Audrey Bolder iets van haar wijsheid en kunde in ge-copy-paste heeft.
Dan zie je dat het beweegt, het borrelt, het bruist.
Dat we er nog niet zijn, maar er wel gaan komen.

En dan zie je aan de muur 750 breed lachende gezichten. De mooiste foto ter wereld. De publieksprijs van het Groninger Studenten Cabaret Festival.

Advertenties