We Deden Maar Wat (een WDMW’tje)!

Door: Michiel van Mens – oprichter GSCF

Ach….., we deden maar wat. Maar dat dan weer wel met enthousiasme en overgave! Of, om een uitspraak van Pipi Langkous te gebruiken: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”.

Als dit een succesvolle ‘strategie’ zou zijn, dan had ik tijdens mijn studie Bedrijfskunde er vast en zeker wel iets over gehoord. Inmiddels ben ik 3e jaar student als ik aan het festival begin. Ik miste het enthousiasme en overgave van de dames en heren docenten en professoren. Dus deed ik ‘mijn’ studie er vooral ‘naast’. Zoals de meeste studenten een bestuur of activiteit naast hun studie doen. Ik had een idee, polste wat studenten en zo zijn we begonnen. Meer niet.

Ik vraag mij wel eens af, zou dit anno nu ook nog kunnen? Ik twijfel. In ‘mijn’ tijd had je geen PowerPoint of Excel. Het voordeel was weer wel dat wij geen powerpoint-presentaties hoefde te maken. En ook geen Excel-modellen om tal van business-cases door te rekenen. Dat scheelt een hoop tijd. Tijd dat je in veel zinvollere activiteiten kan  stoppen. Praten en zo! Heel veel praten.

Ik vraag mij wel eens af, zou dit vandaag de dag nog steeds kunnen? Dat je de Stadsschouwburg opbelt. Omdat je een afspraak wil met de directeur (in mijn tijd Jacques van Veen). En daar ga je dan met een paar mede-bestuursleden naar toe. Zonder een powerpoint-presentatie met vergezichten en ‘punten op de horizon’. En daar vertel je dan dat wij een cabaretfestival gaan organiseren. Maar dan alleen voor studenten. En dat verder niemand anders welkom is.  En dat wij daarvoor de kleine zaal van de Oosterpoort nodig hebben. Drie dagen lang! (Het werden er twee) O ja, er is geen geld, de kaartverkoop start pas volgend jaar.

Zou dat nog steeds lukken? Dat je een vestiging van de grootste bank van Nederland binnenloopt voor een afspraak met de directeur. Dat zij een cabaretfestival gaan sponsoren! Of het een succes wordt? Nou, dat hoop je natuurlijk van wel. Het enige dat je meeneemt zijn een paar A4’tjes. Daar heeft een mede-bestuurslid met stiften verschillende ‘visuals’ op getekend. Hoe het logo van deze bank er op het affiche van ons festival komt uit te zien. Maar als ze het anders willen, kan dat natuurlijk ook.

Wat denk je, gaat dat vandaag de dag nog steeds zo? Dat je tegen de directie van de Stadsschouwburg zegt dat je de kaartverkoop liever zelf wil organiseren. Jij weet tenslotte beter waar studenten uithangen. En dus, waar moet je zijn om die kaartjes te verkopen. Niet overdag natuurlijk, zeg je met een knipoog tegen de directeur. En dat ze je dan 100 rollen met toegangskaarten meegeven, goed voor een heel seizoen aan uitverkochte zalen. Dat achteraf blijkt dat er te veel kaarten zijn verkocht. (tja…geen Excel he….) Dat er elke avond van het festival te veel studenten naar binnen gaan.  Die dan maar op de trappen gaan zitten. Dat dit helemaal niet mag van de politie. Maar ja, er is nu toch niks meer aan te doen.

Kan dat nog steeds? Dat de hoofdredacteur van de Universiteit Krant opbelt. Met de vraag of ze over dit festival een bijlage mogen maken. Dat je daar geen bezwaar tegen hebt. En dat die bijlage uitkomt een week voordat de kaartverkoop start.

Dat er toen geen verstandige mensen rondliepen? Mensen die het beste met je voor hebben. Aardige mensen die het eerste bestuur deze onzin uit het hoofd kan praten. Tegen ons zelf in bescherming wil nemen? Deze aanpak kan niet werken. Want als het wel zo werkt….. tja, dan had ik er tijdens mijn studie Bedrijfskunde toch vast en zeker wel iets over gehoord?  Dan hadden de dames en heren docenten en professoren er ons wel iets over verteld. Dat je geen organigram nodig hebt om succesvol te zijn. Een paar kleurstiften en een leuk idee is soms meer dan voldoende. Dat je heel veel moet praten. En dromen. Het liefste een combinatie van deze ingrediënten.

Na al die jaren twijfel ik nog steeds. Waarom lukte het wel? Is het omdat het eerste bestuur is geholpen door geweldige mensen die wel wiste waar ze het over hadden? Is het omdat er een tweede bestuur kwam? En een derde, vierde en vijfde…..Of, en dat is niet denkbeeldig, dat er in mijn  tijd door de dames en heren professoren van de faculteit Bedrijfskunde vooral in de ‘verleden tijd’ is gesproken. Wat ook weer niet zo vreemd is voor een universiteit! Maar daar heb je soms niet heel veel aan. En ook niet al die jaren na je studie!

Ik hoop dan ook dat het curriculum van ‘mijn’ studie inmiddels is aangepast. En zo niet,…. dan wil ik je zeggen: doe maar wat! Maar doe het wel met overgave en enthousiasme!  Ik ga er morgen nog een boek over schrijven: “Trial & Error: your roadmap to succes”

Groet,

Michiel

Gat in de markt

Door Fleur van Ierschot

Het is vrijdag, 21 oktober 2011, we zijn in Enschede voor de generale repetitie van het 25ste Groninger Studenten Cabaret Festival.

Het is het laatste try out weekend in een tour van zes weken. Na een intensieve zomer, waarin wij – het bestuur – druk vergaderden in het pittoreske Lloret de Mar, en de deelnemers druk hun programma’s perfectioneerden, begonnen we vol spanning aan de try out tour. De weekenden in Utrecht, Arnhem, Den Haag, Antwerpen en Amsterdam waren stuk voor stuk een succes. Er verdwenen soms wat rekwisieten, de ene zaal deed beter mee dan de andere, en de technici lachten vooral om onze presentatie kunsten – maar de sfeer was altijd goed.

Inmiddels kunnen wij de deelnemers uittekenen en zij ons. Met een kleine tussenstop bij de MacDrive arriveren wij met de Groningse delegatie bestaande uit decorduwers, de lustrumcie en wijzelf in Enschede. Audrey – onze regisseuse – is er al en is het lichtplan door aan het spreken met de technicus. Ze vraagt hoe brak we zijn, we antwoorden ontkennend en installeren de acquarius en zakken chips in onze kleedkamer. Ter voorbereiding op het festival hanteren we namelijk de 3-4-5uur regel, dat refereert aan de tijden dat we naar huis moeten gaan na een voorstelling om scherp te blijven tijdens een meerdaags festival.

Yvonne, Jeroens Clan, Hiske, Vera, Iris en Jörgen komen een voor een aan met het openbaar vervoer (lang leven het studentenfestival). We eten met z’n allen om de hoek dankzij een goeie PR deal, nadat de laatste geluidschecks zijn geweest. De generale repetitie kan beginnen.

Teksten worden vergeten, decorstukken staan niet op hun plaats en het geluid hapert; het gaat helemaal volgens plan. We testen daarna het 3-4-5 plan uit, in het enige echte studentencafé in Enschede met de briljante naamGat in de markt’. Ons Gronings imago van een “voor- en door-studenten festival” hoog houdend, zitten we nu op 5u en 6u, dus ook dat gaat de goede kant op. Als klap op de vuurpijl ontdekken we een live Twitter scherm, wat aanleiding geeft voor onze enige verstuurde tweet van het jaar met de memorabele tekst: “GSCF is binnen”. Melancholisch sluiten we de avond af, zoals dat alleen bij het Groninger Studenten Cabaret Festival kan. We willen dat dit jaar, waarin we soms naïef, maar altijd vol enthousiasme in de theaterwereld rond mochten lopen, nooit zal eindigen.

Terug in het Concordia theater in Enschede, gaat zoals het hoort ook de tweede avond alles mis – dat belooft een mooi festival te worden.

Little did we know, dat een fantastisch festival en 5 jaren met veel nieuwe memorabele weekenden later er gelukkig weinig zou veranderen. Gefeliciteerd met deze 30e editie, hopelijk kunnen jullie over 5 jaar net zo nostalgische herinneringen blijven ophalen uit Groningen, en nieuwe blijven maken in Amsterdam.

Tot in oktober, wij zijn er lachend bij.

Fleur van Ierschot – voorzitter 25ste GSCF

Karburutjee

Door Robert Brouwer

Dertig jaar Groninger Studenten Cabaretfestival: dat betekent dat het al weer negenentwintig jaar geleden is dat ik winnaar was van de eerste editie. Op het gevaar af nu over te komen als een bejaarde die – meewarig aangestaard door de huidige generatie – met betraande ogen nostalgisch wegmijmert bij de herinneringen aan een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden in een jaar waarin de huidige organisatie van het festival ongetwijfeld nog niet eens geboren was, besef ik dat het opvallendste aan dit soort levensbepalende gebeurtenissen vooral is dat de herinneringen nog zo helder voor ogen blijven staan.

Als ware het gisteren…. (zei de oude man…)

Het was de eerste keer. Voor iedereen was alles nieuw. De organisatie moest het wiel volledig opnieuw uitvinden, en dat gaf een aangename hechte sfeer, weet ik nog, en ook een wat knullige onbeholpenheid in de uitvoering hier en daar, met improvisaties en ad hoc beslissingen. Enthousiasme was belangrijker dan professionaliteit.

Dat laatste gold overigens ook voor de kandidaten. Niet gehinderd door enige theateropleiding of talent in die richting hadden zich voornamelijk kandidaten uit de Groningse studentenwereld gemeld, en de optredens waren van wisselende kwaliteit. Zelf was ik per ongeluk binnen geloodst door de toenmalige voorzitter van het festival, die mij had zien optreden op een zelf georganiseerd festival, waar ik  – in paniek door het uitvallen van een kandidaat – besloten had zelf ook ‘iets leuks‘ te doen, om mijn eigen festival te redden.

Mmmh… Het klinkt nu allemaal iets te knullig, geloof ik, mijn beschrijving van die eerste editie. Er zaten ook zeker wel prima kandidaten tussen. Marnix Norder, kan ik me herinneren, tegenwoordig wethouder in Rotterdam, die met een sympathieke gitarist de sterren van de hemel speelde. Twee aardige dames, die licht geaffecteerd maar zeker daardoor niet minder lollige teksten oplepelden. En duo De Zwarte Strik, die een voorstelling hadden die zo gelikt in elkaar stak, dat het volkomen duidelijk was dat die zouden gaan winnen. Zelf had ik een verhaal, met allerlei diepere lagen en dubbele bodems, waar ik best trots op was, maar die achteraf gezien veel te ingewikkeld was. Het was mijn tweede optreden ooit, en voor een deel werd ik gezien als grappig omdat ik dingen deed die zo dwars tegen alle theaterwetten in gingen, dat het absurdistisch werd. Het gaat me te ver om nu te beweren dat ik onbedoeld grappig was, maar dat mijn onbevangenheid, de onwetendheid van iemand die echt geen idee heeft hoe sommige dingen op het publiek overkomen, een rol speelde in het feit dat ik won, weet ik wel zeker.

Ik schrok soms letterlijk van het lachen van het publiek, op totaal onverwachte en onbedoelde momenten, en reageerde daar dan weer onhandig op, wat blijkbaar ook weer grappig was. Mede daardoor duurde mijn programma 50 minuten in plaats van de voorgeschreven 25, en dat terwijl ik echt (nee, echt… dat zeg ik… echt) geoefend had met een eierwekker, thuis, en dan duurde mijn tekst steeds 25 minuten.

Nou ja, ik won dus, ondanks dat vrijwel iedereen in de zaal De Zwarte Strik beter vond, mezelf incluis. Ik won, volgens de jury, vanwege mijn ‘groeikansen’. En nu, dertig jaar later, ben ik de enige van die lichting kandidaten die nog steeds speelt, en er ook dertig jaar zijn beroep van heeft kunnen maken. Je zou dus kunnen zeggen dat de jury, achteraf gezien, gelijk heeft gekregen. Je zou trouwens ook net zo goed kunnen beweren dat de kans groot was geweest dat ik niet doorgegaan zou zijn als ik niet had gewonnen, en er een andere winnaar dan op dit moment een carrière van dertig jaar achter de rug zou hebben gehad – er zit namelijk nogal een verschil in aandacht die je krijgt als je eerste wordt, of tweede, dus mazzel is een niet te onderschatten factor in de cabaretwereld.

Overigens… voordat u nu denkt ‘Huh, een carrière van dertig jaar? Hoezo? Ik heb nog nooit van die gast gehoord…’. Ik heb gekozen voor een relatief anoniem circuit, de voorstellingen voor scholen in het voortgezet onderwijs. Mede door mijn achtergrond als leraar ben ik daar ingerold, en dat bevalt prima.

Als cabaretier voor jongeren wordt ik nogal eens ingezet bij de – hoe zal ik het zeggen – wat lastige groepen leerlingen. Zeg maar de jongeren die van huis uit niet zo snel in aanraking zullen komen met kunst en cultuur. Soms op schattige, kleine schooltjes in schattige, kleine dorpjes, maar ook op grote leerfabrieken in stedelijke achterstandswijken.

Onlangs speelde ik op een Rotterdamse ‘kutschool’ (citaat van zo ongeveer de eerste leerling die we daar spraken) en werden mijn technicus en ik weer eens geconfronteerd met de vlagen van weerstand die er soms kunnen heersen als wij drie uur voor de voorstelling een aula in willen om op te bouwen.

De conciërge was niet van plan om de stoelen, die nu keurig aan de tafels stonden gerangschikt, in theateropstelling te plaatsen. ‘De tafels weghalen?! Geen sprake van. Ze draaien de stoelen maar naar het podium toe.’ Toen wij besloten dan maar zelf de aula uit te ruimen, stuitten we op een paar weinig begripvolle leerlingen. Een grote, brede jongen maakte beslist geen aanstalten om op te staan.

‘Wat komt hier?’

‘Een cabaretier’, zei mijn technicus.

‘Een wat?!’

Even van slag dat dit blijkbaar een onbekend woord was, hakkelde mijn technicus iets over theatervoorstellingen, en probeerde het nog een keer met een goed gearticuleerde ‘cabaretier’. De jongen wierp een argwanende blik op de licht- en geluidsapparatuur en zei: ‘Karburutjee? Is dat een soort disc jockey ofzo?’

Na afloop van de voorstelling staken de meer onbevangen leerlingen spontaan een duim omhoog: ‘Leuke tentoonstelling, meneer!’ Het gros van de leerlingen sjokte de zaal uit zonder iets te zeggen. Onder hen de grote jongen die niet van zijn tafel had willen opstaan. Toen hij langs mijn technicus liep, vroeg deze of hij zich nog wat vermaakt had. ‘Mwoah’, mompelde de jongen, ‘was wel een grappige carburateur…‘

Ik doe dit soort voorstellingen nu dus al dertig jaar. Een tweeslachtig gevoel. Fijn, en tegelijk wreed dat ik bij elke nieuwe editie van het Groninger Studenten Cabaretfestival weer subtiel herinnerd wordt aan hoe belachelijk lang ik dit blijkbaar al doe. Ook de mails over het zoveelste lustrum drukken mij in al hun vrolijkheid op het verlopen der jaren. Elk lustrum van het festival is tegelijk een lustrum van mijn loopbaan… Pijnlijk, en tegelijk leuk. Goede herinneringen heeft het me opgeleverd, en goedbeschouwd heeft het festival een aanzienlijk deel van mijn leven bepaald.

Ik hoop dan ook oprecht dat ik eerder stop dan zij….

foto Robert 7.jpg

Daar sta je dan

Geschreven door: Martijn Kardol

Groningen, 6 november 2015

Daar sta je dan. De dag die je wist dat ging komen is eindelijk hier. Een half jaar voor deze dag had ik besloten om mee te gaan doen aan het Groninger Studenten Cabaret Festival. Ik wist eigenlijk niet eens zo heel veel van het festival, behalve dat als je in de halve finale terecht zou komen, je in de Stadsschouwburg zou mogen spelen. En geloof mij maar, dat is op zich al genoeg reden om je aan te melden. En als dat niet genoeg reden is; dan is er ook nog de goede begeleiding door regisseuse Audrey Bolder, de leuke try-out tour langs kleine zaaltjes door het hele land en het gezellige bestuur dat behalve het hele festival voor je organiseert en ook nog even je woordenschat uitbreidt met wat Gronings Studenten Vocabulaire.

Ongeveer een uur geleden had ik misschien wel mijn beste voorstelling ooit gespeeld tijdens de finale. Alles lukte, alles werkte. Ik had het gevoel dat ik vloog. En nu was het moment daar. De juryvoorzitter stond met een pakje a4tjes achter een spreekgestoelte. Binnen nu en een paar minuutjes zouden we weten wie de winnaar was. Even daarvoor had ik de Publieksprijs al omhoog mogen houden. Een mooie uitvergrote foto van het publiek in de zaal. Ik sta er zelf ook op, want ik zat tijdens het maken van de foto in de zaal. Ik sta voor mezelf te klappen. Een beetje awkward is het wel, eerlijk is eerlijk. Ik was in de halve finale niet zo heel goed geweest, vond de jury. Ik ga er dus maar vanuit dat ik geen prijzen meer ga winnen en sta eigenlijk niet eens op te letten daar op het zijtoneel. Tot ik plotseling wordt aangetikt door één van de theatertechnici. Of ik doof ben. Ik moet op, want ik heb de andere twee prijzen ook gewonnen. Of ik die ook even wil komen ophalen.

Amsterdam, 13 november 2015

Het is een week na het festival. Soms ben ik in de keuken even bezig met koken, of met de afwas en dan denk ik ineens bij mezelf: Nee, maar dit is toch niet echt gebeurd? Dan droog ik mijn handen en loop ik naar het kistje naast mijn boekenkast, waar alle prijzen inmiddels netjes staan uitgestald. Wauw! Ik merk dat ik meer dan nooit mensen bij mij thuis uitnodig, om ze vervolgens zo casual mogelijk even langs de prijzen te laten lopen. Een heleboel dingen gebeuren voor het eerst. Ik moet ineens interviews geven, mijn allereerste recensie verschijnt in de krant en ik krijg berichtjes van mensen die ik jaren niet meer heb gesproken. De enige die niets van zich laat horen is Juf Margreet, mijn oude muzieklerares van de basisschool die mij een jeugdtrauma bezorgde door mij geen rol te geven in de schoolmusical. Ik denk erover om Juf Margreet ook een keer bij mij thuis uit te nodigen, om haar vervolgens casual langs de prijzen te laten lopen.

Oss, 28 november 2015

De Persoonlijkheidsprijs is een spiegel en hangt inmiddels ook in mijn huis. Die middag heb ik misschien nog net iets te zelfverzekerd mijn haar staan doen in de Persoonlijkheidsprijs. Maar gelukkig word ik nog diezelfde avond weer even met beide benen op de grond gezet. Ik speel voor de eerste keer sinds de finale in Groningen. En het lukt voor geen meter. Niemand lacht. Niemand durft überhaupt te kuchen, zo stil is het. Een vrouw op de eerste rij denkt dat alles wat ik vertel echt gebeurd is. Als ik vertel dat ik als Teletubbie Onkybonky een toverstaf door de strot van een jongetje van 3 probeer te duwen, laat ze hardop haar ongenoegen blijken. “Nou, nou, nou…” En ik ben weer terug op aarde. Ik heb gelijk weer heimwee naar Groningen en ik ben gemotiveerder dan ooit. Ik kom terug hoor, Groningen. Geef me een paar jaar en dan ben ik er weer. De dag die ik weet dat gaat komen is er dan; solo in de Stadsschouwburg in Groningen. #zinin.

 

De Blonde Jongens en Tim

Geschreven door: Ruud Smulders

Deelnemer van het 28e Groninger Studenten Cabaret Festival


‘‘Do you wanna hear a story?’ schreeuwt een Blonde Jongen terwijl hij aan een kabelbaan over het publiek heen zoeft. “I said… do you wanna here a story,schreeuwt hij nog een keer als hij eenmaal op de vloer staat.

Siii!,’ schreeuwen de Portugezen.

Hotpants

We staan in onze korte broekjes te verkleumen in een van de kleedkamers van CREA, Amsterdam. Zelfs omgekleed twijfelen we nog over de deelname. Is dit wel een goede vervolgstap?’ Is dit het wel waard? Natuurlijk hele terechte vragen. Maar wel vragen die altijd pas opborrelen als 2 deuren verder een jury zit te wachten. En lief blond meisje stapt onze kleedkamer in en deinst net zo hard weer terug. ‘O, sorry, ik wist niet dat jullie bezig waren met omkleden. Zijn jullie bijna klaar?’. Een gebruikelijke reactie als je vijf mannen in hotpants en in XS shirtjes ziet. Ja, we zijn er klaar voor stellen we haar en onszelf gerust.

Debjet

Winnen

Je uit de naad werken is een twijfelachtig begrip als je een hotpants draagt. In de maanden na de auditie zien we elkaar meer dan onze eigen vriendinnen. Je kan er lang en kort over lullen, maar je komt om te winnen. Je wil niet afdruipen met zinnen uit het troost-repertoire zoals: “Nou, die ervaring nemen ze me niet meer af.” Nee, maar die prijs ook niet. Naast winnen wil je op de tweede plaats, ietwat nobeler, op de finaleavond 905 man (onszelf meegerekend) de avond van hun leven geven.

Finale

Ik sta achter een doek dat op de 8ste tel zal worden opgetrokken. Een van ons staat al voor dat doek ter aanschouwing van 900 mensen. Ik kijk nog een keer opzij, waar Tim staat in dezelfde concentratie. Ikknijp mijn vingers samen tot een vuist en maak een rauwdauwerig
e beweging. Dan gaat het doek omhoog. We spelen. Richting de laatste paar scenes neemt de rust bij ons toe. We hebben het onder controle. Vanaf hier hoeven we het alleen nog maar te spelen. De laatste muziek-cue wordt in gestart. Het is een sequentie van bijna 5 minuten met een str1554506_527495440721127_4533556958829156111_nakke choreografie. Ik zit inmiddels in het tafeltje waar de techniek op staat. De ‘Goochel act’ is bezig. De jongen op de vloer mimed straks een touw en dan verschuif ik het tafeltje. Zo lijkt het alsof hij op onzichtbare wijzen het tafeltje laat bewegen. Altijd een dijenkletser aangezien men mij 10 seconden ervoor in het tafeltje heeft zien gaan.

POK

De tel is daar en ik begin te lopen. Dan hoor ik een harde POK. Daarna valt het geluid uit. In een fractie van een seconde gaan er honderd scenario’s door mijn hoofd en bovenal de gevolgen voor alle, nog te komen scenes op deze muziek. Ineens ben ik blij dat ik mijn vriendin heb moeten missen. We snappen precies wat de beste oplossing is. De frontman speelt door, de muzikant start in stilte de band opnieuw, ik veeg het angstzweet van mijn voorhoofd en de technicus prikt het kabeltje terug in de laptop. We weten waar we zijn en gaan vanuit wat improvisatie geleidelijk terug de choreografie in. EINDE. Het applaus is groot. Zo groot dat we tijdens het buigen niet kunnen verbergen dat we erdoor gecharmeerd zijn. Één uur later heb ik mijn vriendin aan de lijn: “We hebben de publieksprijs te pakken”.

Os Rapazes Loiros e Tim 11939062_1097959153630277_49293889_n

We staan in onze korte broekjes te zweten in een vallei in Portugal. Je uit de naad zweten is een twijfelachtig begrip als je een hotspants draagt. Omgekleed en wel twijfelen we over de volgorde. Is dit wel een goede vervolgscene? Is het de entreeprijs wel waard’? Natuurlijk hele terechte vragen. Maar wel vragen die altijd pas opborrelen als twee struiken verderop een internationaal publiek zit te wachten.

Één uur later heb ik mijn vriendin aan de lijn: “We hadden het publiek te pakken.”

Selectiedagen

Geschreven door: Audrey Bolder

Regisseuse Groninger Studenten Cabaret Festival


Het Groninger Studenten Cabaret Festival gaat weer beginnen!! Het nieuwe bestuur is gekozen en al een tijdje hard aan de slag. Het laatste optreden van de Finalistentour is net geweest en ik kijk uit naar de selecties van de nieuwe kandidaten.

Volgend weekend is het zo ver. Ze komen er aan, de nieuwe talenten. Sommigen afstuderend aan een kunstopleiding maar ook studenten voor wie deze auditie hun allereerste optreden ooit is. Dat is8L6K19631 meestal goed te merken, maar er zit soms ook verrassend talent tussen, met nog niet echt een goed programma maar wel met persoonlijkheid. En dat is belangrijk op een podium, wil je je publiek weten te boeien met jouw persoonlijke verhaal.

Als regisseur werk ik gedurende een aantal maanden met de halve finalisten aan het verbeteren van hun programma, teksten aanscherpen en heel belangrijk, de thematiek vaststellen. En soms heeft iemand ook gewoon spelles nodig. Bovendien ga ik mee naar alle try-outs, en bespreek ik de optredens zodat de deelnemers weer verder kunnen schaven aan hun materiaal.

De afgelopen jaren heb ik de meest uiteenlopende audities gezien.. Iedereen krijgt de kans om tien minuten te laten zien wat hij of zij in huis heeft. Er zitten kandidaten tussen van wieje al na tien seconden weet dat het ‘m niet gaat worden. Ook zitten er auditanten tussen die hard hun best doen en die je het zo gunt maar van wie je ook vermoedt dat ze het niet gaan redden. Gelukkig selecteren we met z’n vieren, zodat we bij twijfel kunnen overleggen.

En we kijken allemaal met een liefdevolle blik. Omdat we weten hoe eng het is om daar te staan.

En dan zijn er de talenten van wie je al na 10 seconden weet: Yes! We hebben een finalist! Niet dat wij dat bepalen, maar uit het verleden blijkt dat voorgevoel best vaak te kloppen.

De finale van afgelopen jaar bestond precies uit zo’n mengeling van talent en persoonlijkheid.

Bij De blonde jonge1292377_10151905705195281_1598736942_ons en Tim heb ik ontzettend moeten lachen, wat bij een auditie niet vaak voorkomt, omdat je toch in een ongemakkelijke sfeer in een lokaaltje zit en heel goed zit op te letten en mee te schrijven. Ik dacht meteen, grote kans dat ze in de finale komen en dat wordt een feestje. Nog een hoop werk aan de winkel maar als ze er voor gaan… En dat deden ze en sleepten de publieksprijs in de wacht.

Sietse Manning gaf bij zijn auditie zijn allereerste optreden ooit. Althans, zijn allereerste cabaret optreden. Hij zingt ook in een band. Het programma rammelde aan alle kanten, tekstueel viel er nog heel veel winst te behalen, en zeker ook qua spel. Maar wat een persoonlijkheid! Het bleek een schot in de roos want mede door zijn keiharde werken stond hij naast De blonde jongens en Tim in de finale en tourde de afgelopen maanden door het land.

En dan Pieter Verelst. Deze acteur zat in het laatste jaar van de toneelschool Utrecht en blies de selectiecommissie omver met zijn bizar absurdistische verhaal over zijn broer. Wat een speler, prachtige teksten en enorm muzikaal. Vanbinnen juichte ik. Mijn handen jeukten om met dit talent aan de slag te gaan. Vijf maanden later, na een deelnemers weekend, een try-out tour, en diverse repetities, won Pieter Verelst de jury en de persoonlijkheidsprijs op het festival. Hij heeft inmiddels een impresariaat en zijn eerste avondvullende programma is in de maak.

Aanstaande zaterdag is het zover, de eerste selectiedag. Een klein beetje zenuwachtig ben ik. Zit er genoeg talent tussen?

We trappen af in Amsterdam, daarna volgen Utrecht en Groningen. Kom maar op met die talenten, persoonlijkheden en moppentappers. Ik heb er zin in!


http://www.audreybolder.nl

De vent met de snor die nu wel echt bekend wordt

Geschreven door: Sietse Manning 
Finalist 28e GSCF

Ja, ja, daar sta je dan ineens. Op de blog van het Groninger Studenten Cabaret Festival. Met je eigen verhaaltje. Dat is niet zomaar iets. Absoluut niet. Dat is een hele eer. Want als je finalist bent geweest bij het GSCF dan heb je het al wel een beetje gemaakt. Jazeker wel. Ik moet er voor hoeden dat ik niet arrogant overkom, maar ik begin al best wel een beetje bekend te worden. Echt.

Gelooft u dat niet? Laatst gebeurde het me nog. Ik liep gewoon over straat en ik deed echt niets was ook maar enigszins de aandacht trok. Komt er ineens uit het niets een meisje op mij afgelopen. Of, een meisje, het was een jongedame. Een leuke, nee, een bloedmooie jongedame. Schitterend was ze. Ik heb zelden zo’n prachtige vrouw gezien. Zij loopt als in slow-motion op mij af, gaat voor mij staan en vraagt mij met haar prachtige rode lippen terwijl ze mij onzeker aankijkt: ‘Uuh… pardon. Bent u hier bekend?’

Vanaf dat moment ben ik wel even bij mijzelf te raden gegaan. Ik wist niet dat het zo snel kon gaan, maar na de finale is alles mogelijk.

En dat begon allemaal in een klein bedompt lokaaltje in Utrecht. Ik, als Groningse student moest naar Utrecht afreizen om daar auditie te doen voor het Groninger Studenten Cabaret Festival. Enfin. Die auditie was het slechtste begin dat je je kunt bedenken. Als student Nederlandse Taal en Cultuur met een voorliefde voor cabaret, dacht ik dat het een leuk idee was om mee te doen met het festival. Gewoon voor de leuk. Ik verwachtte dan ook een klein zaaltje met een paar mensen die guitig zouden lachen om mijn slecht getimede grapjes om mij zodoende, als ongeoefende grappenmaker, een spreekwoordelijk hart onder de riem te steken. Niets bleek minder waar. De deur viel om 10 uur ’s ochtends achter mij in het slot en ik stond ineens in een lokaal met daarin drie mensen met een clipboard. Ik vroeg onwennig: ‘Kan ik beginnen?’ Drie ongeïnteresseerde blikken keken vragend waarom ik niet al begonnen was.

De volgende tien minuten waren de eenzaamste minuten uit mijn leven. In een soort wanhopige vlaag van verstandsverbijstering dacht ik dat ik hier mijn ziel kon openen onder de noemer cabaret. Mezelf bloot kon geven. Niets bleek minder waar. Mijn tere uitgestoken armen vonden geen warme hand in dat koude Utrechtse lokaal. Mijn grappen lokten nog niet de kleinste glimlach uit. Het bleef stil. Akelig stil. Ik werd getransporteerd naar mijn moeilijke jeugd die ik eigenlijk helemaal niet heb gehad. Mijn denkbeeldige beste vriend die ik ook nooit heb gehad die liet mij weer in de steek voor een ander. Mijn knuffel die wat tijd voor zichzelf wilde. Mijn eenzame nachten voor de spiegel, om zo nog enigszins de schijn van gezelschap te wekken. Ineens zaten ze in mijn geheugen gekrast. Tergend.

Snikkend ben ik in de trein gestapt. Om 11 uur ’s ochtends zat er een eenzame gedaante te janken in de trein. Richting Groningen. Waarschijnlijk niet de eerste keer.

Daarna was het een maand wachten alvorens het beslissende telefoontje kwam. Ik had mij er gelukkig mentaal op voorbereid. ‘Sietse, je hoeft nooit meer iets in de cabaret te proberen. Uit zelfbescherming…’ is wat ik verwachtte te horen. Maar niets bleek minder waar. ‘Je bent door naar de halve finale!’ Vervolgens gebeurde alles in sneltreinvaart. Het repetitieweekend. Een regisseuse. Try-outs door heel Nederland. Meer repetities. Eenzame treinreizen. Overnachten in het theater. Goede responsen. Slechte grappen. Alles gebeurde in een flits.

10606502_1545623155675014_5078507945131091347_nPlotseling was het moment daar. Een natte jongensdroom die uitkomt: De Stadsschouwburg van Groningen, tot de nok toe gevuld en Sietse Manning daar op het podium. Het is onbeschrijfelijk, onwerkelijk bijna. Het gevoel van zevenhonderdvijftig personen in die prachtige ruimte laat zich moeilijk bevatten. De knusheid. De schoonheid; het is oogstrelend. Onvatbaar ook. Desalniettemin begrijpelijk dat Youp van ’t Hek dit altijd weer probeert met zijn opnames. De uitslag moge bekend zijn: ”die vent met die snor heeft verloren van een Belg en een groep homo-erotische kerels in strakke, korte spijkerbroekjes.” Zo vatten mijn vrienden het in ieder geval samen.

De uitslag van de avond is echter als volgt: Pieter Verelst pakt terecht de juryprijs en persoonlijkheidsprijs en De Blonde Jongens en Tim weten de harten van het publiek te stelen met hun energieke voorstelling. Daar is geen speld tussen te krijgen! Dat zeg ik tegenwoordig. Van binnen deed het op dat moment pijn om te ‘verliezen’ van een Belg en van vijf jongens in weinig verhullende kleding. Was ik daar maar opgekomen.

Uiteraard is dat gekheid! De heren hebben terecht prijzen gepakt en ik ben blij dat ik met hun gezelschap menig avond heb mogen vullen. De laatste daarvan (voorlopig in ieder geval) is 1 mei in Enschede! Komt dat zien, komt dat zien! Dit bonte gezelschap zal dan nog eenmaal de pikken langs de lat leggen ter lering ende vermaeck des publiecks!

En nu sta je dan ineens hier. Op de blog van het Groninger Studenten Cabaret Festival. Met je eigen stukje. Ik wordt tijdens het schrijven van dit stuk nog gebeld of ik misschien interesse heb om een symposium van de studievereniging van accountancy af te sluiten met een leuk stukje cabaret. En dat doe ik tegenwoordig naast de studie. Optreden op allerlei obscure plekjes, het liefst met een persoonlijk getint verhaaltje. Van de D66 tot studentenverenigingen, van een Drents dorpshuis tot een congres over doktoren in het buitenland. Daar hoef ik momenteel niet veel moeite voor te doen. Mensen bellen gewoon op. Heerlijk. Allemaal dankzij het GSCF. En dankzij mijn telefoonnummer 0641680383 natuurlijk… Ik heb zelfs visitekaartjes moeten laten maken. Ik zei het namelijk al: ik wordt echt al best wel bekend. Het komt mij steeds vaker voor dat mensen naar een kaartje vragen en dat ik die dan niet heb. Nu wel dus. De conducteurs vinden het een minder leuke grap, maar ik kan er wel om lachen.